Terwijl het virale beeld van paus Franciscus in een wit pufferjack onlangs de wereld schokte, is het fenomeen van ‘nepnieuws’ via visuele media verre van een moderne uitvinding. Lang vóór generatieve AI-tools als Midjourney beheersten fotografen de kunst van bedrog, overdrijving en surrealisme al door middel van handmatige manipulatie.

Een nieuwe tentoonstelling in het Rijksmuseum in Amsterdam, getiteld FAKE! Early Photo Collages and Photomontages laat zien dat de drang om de werkelijkheid te vervormen zo oud is als de camera zelf.

De kunst van de “onmogelijke” schaal

Een van de meest duurzame manieren waarop mensen beelden hebben gemanipuleerd, is door schaalvervorming. Aan het begin van de 20e eeuw was er een populaire trend die bestond uit het maken van ansichtkaarten met bizar grote producten of vee – een visuele voorloper van de huidige ‘clickbait’-beelden.

Een opmerkelijk voorbeeld uit 1908 van W. H. Martin demonstreert deze techniek:
Het proces: Martin fotografeerde individuele elementen afzonderlijk.
De montage: Vervolgens knipt en plakt hij deze stukken fysiek aan elkaar om een ​​samengestelde scène te creëren.
De laatste stap: De samengestelde collage werd opnieuw gefotografeerd om één enkel, naadloos en toch volledig frauduleus beeld te creëren.

Deze methode werd gebruikt om ‘opzienbarende’ beelden te creëren, zoals korenaren die de biologie tarten of ganzen die zo groot zijn dat ze hun menselijke begeleiders in de schaduw stellen. Deze beelden waren niet bedoeld om te misleiden vanwege politieke boosaardigheid, maar eerder om een ​​publiek dat hongerig was naar het spectaculaire te vermaken en te verbazen.

Van fotografie tot “tekenen”

De tentoonstelling laat ook zien hoe de grens tussen fotografie en illustratie historisch vervaagd is. Vroege fotomontages ondergingen vaak een aanzienlijke postproductie:
Kleuring: Kleuren werden vaak handmatig toegevoegd tijdens het drukproces.
Retoucheren: Omtrekken werden vaak met de hand bijgewerkt, waardoor fotografische composities de esthetiek van een tekening kregen.

Dit blijkt duidelijk uit vroege toekomstvisies, zoals ansichtkaarten met vliegende auto’s boven New York. Deze beelden vertegenwoordigen een vroege vorm van ‘conceptkunst’, waarbij de waargenomen ‘waarheid’ van fotografie wordt gebruikt om fantastische sciencefictionideeën gegrond en mogelijk te maken.

Een eeuw van bedrog

De geschiedenis van beeldmanipulatie gaat veel dieper dan velen beseffen. Volgens het Rijksmuseum gaat de praktijk van het knippen en plakken van fotografische elementen terug tot 1860. De tentoonstelling volgt deze evolutie vanaf de eerste experimenten tot het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Deze historische context is cruciaal omdat het ons eraan herinnert dat het medium fotografie nooit een puur objectieve registratie van de werkelijkheid is geweest. Of het nu gaat om het fysiek snijden van papier of het digitaal in lagen aanbrengen van pixels, het vermogen om de waarheid te veranderen is altijd een instrument geweest dat beschikbaar was voor mensen met de technische vaardigheden om dat te doen.

De evolutie van ‘nep’-beelden laat zien dat, hoewel onze hulpmiddelen zijn veranderd van schaar en lijm naar algoritmen en neurale netwerken, het menselijke verlangen om de werkelijkheid opnieuw vorm te geven constant blijft.

Conclusie

De tentoonstelling FAKE! laat zien dat visuele desinformatie en surrealistische manipulatie geen nieuwe problemen zijn die door technologie worden veroorzaakt, maar diep geworteld zijn in de geschiedenis van het fotografische medium. Als we dit verleden begrijpen, beseffen we dat scepticisme ten opzichte van beelden een noodzakelijke vaardigheid is die al meer dan 160 jaar vereist is.