De Amerikaanse minister van Volksgezondheid, Robert F. Kennedy Jr., lijkt op het punt te staan de gevestigde veiligheidsprotocollen te omzeilen door een reeks niet-geteste injecteerbare peptiden direct beschikbaar te maken voor het publiek. Deze stap sluit aan bij zijn bredere ‘Make America Healthy Again’ (Maha)-agenda, die prioriteit geeft aan individuele keuzes boven wetenschappelijk toezicht op het gebied van het gezondheidsbeleid. De implicaties zijn aanzienlijk: hoewel sommige peptiden een therapeutische belofte inhouden, zijn vele ervan onbewezen en potentieel gevaarlijk, waarbij de grens tussen legitieme medische verbindingen en schadelijke stoffen – zoals die in slangengif worden aangetroffen – gevaarlijk vervaagt.

De kern van het plan: ‘Alleen voor onderzoeksgebruik’ mazen in de wet

Kennedy’s voorstel draait om het opheffen van de beperkingen op ongeveer 14 peptiden die eerder in 2023 door de FDA waren gemarkeerd vanwege “aanzienlijke veiligheidsrisico’s”. Deze verbindingen, vaak op de markt gebracht als “alleen voor onderzoeksgebruik”, circuleren al op grijze markten, vooral onder degenen die op zoek zijn naar biologische verbetering. Vooral Silicon Valley is een broeinest geworden voor zelfexperimenten met deze niet-geverifieerde behandelingen, gedreven door de overtuiging dat risicovolle interventies cognitieve of fysieke voordelen kunnen opleveren. De aantrekkingskracht is duidelijk: ongereguleerde toegang tot peptiden speelt in op de moderne obsessie met welzijn en zelfoptimalisatie, en belooft voordelen zonder de last van klinische onderzoeken.

Waarom deregulering belangrijk is: een verschuiving in de aanpak van de volksgezondheid

Dit gaat niet alleen over peptiden; het is een bredere ideologische verschuiving. Het Maha-project streeft ernaar het voorzorgsbeginsel te ontmantelen dat decennialang het volksgezondheidsbeleid heeft geleid. In plaats van rigoureuze tests en goedkeuring door de FDA impliceert Kennedy’s aanpak dat individuen “hun eigen onderzoek moeten doen” en de veiligheid effectief aan de consument moeten uitbesteden. Hoewel deze filosofie aantrekkelijk is voor degenen die voor persoonlijke autonomie pleiten, schept zij een gevaarlijk precedent waarin marktkrachten medische toegang dicteren in plaats van wetenschappelijk bewijs.

De uitbreiding van de grijze markt: van labs naar mainstream

De bestaande grijze markt voor peptiden, die al floreert in Groot-Brittannië en Europa, zou onder Kennedy’s plan worden gelegitimeerd. In de VS gevestigde apotheken en zelfs organisaties als de Enhanced Games lobbyen actief voor deregulering, wat een toekomst aangeeft waarin niet-geteste verbindingen openlijk worden verkocht. Het argument dat veelbelovende therapieën ondergefinancierd en vertraagd zijn, is geldig, maar het omzeilen van veiligheidsmaatregelen is niet het antwoord. Anekdotisch bewijs is niet voldoende bewijs, en de blootstelling van het grote publiek aan niet-geverifieerde medicijnen brengt inherente risico’s met zich mee.

Het kernprobleem gaat niet over het weigeren van toegang tot mogelijke behandelingen; het gaat om het waarborgen van de openbare veiligheid door middel van rigoureus onderzoek en regelgeving. Mazen in de wet zijn geen oplossingen.

Het is onwaarschijnlijk dat Kennedy’s aanpak internationaal navolging zal krijgen, maar de vraag naar ‘persoonlijke keuze’ en ‘lichamelijke autonomie’ zal blijven bestaan. Dit maakt het pleidooi voor wetenschappelijke nauwkeurigheid, op bewijzen gebaseerd beleid en strikte regelgeving des te belangrijker. De toekomst van de volksgezondheid hangt af van het handhaven van gevestigde veiligheidsnormen, en niet van het opgeven ervan ten gunste van speculatieve welzijnstrends.