China verandert de Taklamakan-woestijn in een onverwachte koolstofput

De decennialange inspanningen van China om de woestijnvorming rond de Taklamakan-woestijn – een van de grootste en droogste ter wereld – tegen te gaan, leveren een verrassend resultaat op: de randen van de woestijn absorberen nu meer koolstof uit de atmosfeer dan ze vrijgeven, waardoor een ‘biologische leegte’ in feite in een koolstofopslag verandert.

De harde realiteit van de Taklamakan

De Taklamakan-woestijn, die ongeveer 210.000 vierkante kilometer beslaat, is van nature onherbergzaam. Omringd door hoge bergen die de regen tegenhouden, is het van oudsher een landschap van stuifzand, dat niet in staat is veel vegetatie te onderhouden. Tientallen jaren van verstedelijking en uitbreiding van landbouwgrond hebben de omstandigheden verslechterd, waardoor zandstormen en landdegradatie zijn toegenomen. Dit is een kritieke kwestie omdat woestijnvorming niet alleen land vernietigt; het versnelt de klimaatverandering door opgeslagen koolstof uit de bodem vrij te maken en de natuurlijke koolstofopname te belemmeren.

De Grote Groene Muur: een gedurfde interventie

Sinds 1978 voert China het ‘Three-North Shelterbelt Program’, ook wel bekend als de ‘Grote Groene Muur’. Het doel: tegen 2050 miljarden bomen planten rond de Taklamakan- en Gobi-woestijnen. Tot nu toe zijn er ruim 66 miljard bomen geplant. Hoewel er discussie bestaat over het succes van het programma bij het terugdringen van zandstormen, bevestigt recent onderzoek een aanzienlijke verschuiving in de koolstofbalans van de woestijn.

Van biologische leegte naar koolstofput

Uit een nieuwe analyse van satellietgegevens en grondobservaties van de afgelopen 25 jaar blijkt dat de vegetatie rond de woestijn nu meer CO2 absorbeert dan uitstoot. Deze transformatie houdt rechtstreeks verband met het Great Green Wall-initiatief. Tijdens het natte seizoen (juli-september) valt er gemiddeld 0,6 centimeter per maand neerslag, waardoor de vegetatiegroei wordt gestimuleerd en het CO2-niveau wordt verlaagd van 416 delen per miljoen naar 413 ppm.

Eerdere studies suggereerden dat het woestijnzand zelf zou kunnen fungeren als koolstofopslag, maar deze bevindingen werden in twijfel getrokken vanwege de instabiliteit van zand bij stijgende temperaturen. Dit nieuwe onderzoek maakt duidelijk dat vegetatie, en niet alleen het zand, de drijvende kracht achter de verandering is. De rand van de Taklamakan vertegenwoordigt nu het eerste bewezen voorbeeld van een woestijn die met succes is omgezet in een koolstofput.

Implicaties en toekomstige modellen

Hoewel de impact van de Grote Groene Muur op woestijnvorming nog steeds wordt onderzocht, biedt het succes ervan als koolstofput een potentieel model voor andere dorre gebieden. Het stabiliseren van de vegetatie in deze extreme omgevingen toont aan dat menselijk ingrijpen de koolstofvastlegging kan verbeteren, zelfs als de omstandigheden historisch gezien ongunstig zijn.

De belangrijkste conclusie is dat grootschalige ecologische engineering, hoe ambitieus ook, tastbare voordelen voor het milieu kan opleveren. De transformatie van de Taklamakan-woestijn benadrukt het potentieel voor actief herstel om de klimaatverandering te bestrijden, zelfs in enkele van de meest uitdagende landschappen ter wereld.